Menu

Diabetes en ziekte

Thermometer | KDCN

Als je ziek bent, gebeurt er veel in je lichaam. Daardoor kun je meer of minder insuline nodig hebben. 

Je hebt meer insuline nodig wanneer je:

  • Ziek bent, een ontsteking hebt of koorts hebt. Je lichaam maakt hierdoor namelijk meer hormonen aan, zoals cortison en glucagon.
  • Ziek in bed ligt: doordat je minder beweegt, stijgt je bloedsuiker.

Je hebt dus meer kans op een hyper.

Je hebt minder insuline nodig wanneer je:

  • Minder eet, en dus minder koolhydraten binnenkrijgt.
  • Een maagdarminfectie hebt: de koolhydraten die je binnenkrijgt, worden dan minder goed opgenomen uit je voeding.

Je hebt dan meer kans op een hypo. Maar let op: je hebt altijd insuline nodig, ook als je niets eet.

Wat moet je doen als je ziek bent? 

  • Laat de reden van je ziekte opsporen en behandelen. Soms is dat dezelfde behandeling als een kind dat geen diabetes heeft. Ga als het nodig is naar de huisarts.
  • Behandel de symptomen. Heb je koorts of hoofdpijn? Dan kun je paracetamol nemen. Hierdoor zakt de koorts en voel je je beter. Vaak krijg je dan ook weer trek in eten.
  • Heb je koorts of moet je meer plassen doordat je bloedsuiker hoog is? Zorg dan dat je extra drinkt. Drink ook wat meer als je moet overgeven of diarree hebt.
  • Ook als je ziek bent en geen zin hebt in eten, heb je koolhydraten nodig. Kies dan voor iets wat je graag lust. Bijvoorbeeld ijs, fruitmoes of slokjes koud drinken.

Wat moet je doen als je diarree hebt?

Heb je last van waterdunne, stinkende ontlasting en poep je wel 10 keer per dag? Dan noemen we dat diarree. Als je diarree hebt, heb je meer kans op een hypo. Controleer je bloedsuiker dus regelmatig. Soms heb je namelijk minder insuline nodig als je diarree hebt. We hebben een aantal tips voor je op een rijtje gezet:

  • Zorg voor voldoende voedingsvezels in je voeding. Voedingsvezels binden vocht, waardoor je ontlasting steviger wordt. Vezels zitten in:
    • Bruin of fijn volkoren brood
    • Zilvervliesrijst, volkoren pasta en aardappelen
    • Groente. Wil je weten hoeveel groente past bij jouw leeftijd? Kijk op www.voedingscentrum.nl
    • Fruit, het liefst met schil
  • Zorg dat je voldoende drinkt. Je moet elke dag 0,75 tot 1,5 liter drinken. Hoeveel dat precies is, hangt af van je leeftijd. Als je diarree hebt, hoef je niet extra veel te drinken. Want dan wordt het alleen maar erger. 
  • Neem geen heldere vruchtensappen, zoals appelsap, druivensap, perensap of bosvruchtensap. Hierin zit fructose en daardoor kan je diarree erger worden. Wat kun je wel nemen?
    • Fruit, het liefst met schil
    • Troebele vruchtensappen, zoals sinaasappelsap en ananassap
  • Zorg voor voldoende vet in je voeding. Vet zorgt dat het voedsel langzamer door je maag en darmen gaat. Jouw lichaam heeft zo meer tijd om het vocht uit je eten te halen. Daardoor wordt je ontlasting vaster. Kies de volgende producten:
    • (dieet)margarine 
    • volle melkproducten (volle melk, volle yoghurt) 
  • Is je diarree weer over? Neem dan weer halfvolle melkproducten
  • Gebruik geen producten met kunstmatige zoetstoffen, zoals sorbitol, isomalt, lactitol, malitol, mannitol en xylitol. Deze zoetstoffen kunnen diarree veroorzaken. Je vindt ze in suikervrij snoep, suikervrije bonbons, suikervrije chocolade, suikervrij gebak, suikervrije koek en suikervrij ijs. Andere kunstmatige zoetstoffen, zoals acesulfaan-K, aspartaam, cyclamaat en saccharine kun je wel nemen: hier krijg je geen klachten van. Deze zoetstoffen zitten vooral in light frisdranken en zoetjes.

Heb je vragen hierover? Dan kun je altijd contact opnemen met je diabetesverpleegkundige.

Wanneer neem je contact op met het KDCN?

Neem direct contact op met het KDCN (SPOED):

  • Bij een ernstige ontregeling, die niet kan wachten tot het volgende telefonisch spreekuur.
  • Bij braken.
  • Als je een insulinepomp hebt en je bloedsuikers zijn 2 keer achter elkaar hoger dan 20 mmol/l. Controleer eerst de ketonen in je bloed. Heb je ketonen? Bel dan direct.
  • Als je bloedsuiker hoog blijft ondanks extra insuline.
  • Als je verward bent of je echt niet goed voelt.
  • Als je veel buikpijn hebt (of veel meer dan je gewend bent).
  • Bij een ernstige hypoglykemie.
  • Als je ziek bent en jonger bent dan 3 jaar.
  • Als je je niet goed voelt en nog een andere chronische ziekte hebt naast jouw diabetes.
  • Als je ziek bent en jouw ouders uitgeput zijn doordat ze ’s nachts voor je moeten zorgen.
  • Als je twijfelt over hoe je een situatie aan moet pakken. 

Bel in deze gevallen de spoedlijn (van maandag tot en met vrijdag van 8.00 – 17.00 uur)

Telefoonnummer bij spoed

Telefoonnummer 024-3658736, keuze 1. Is er spoed in de avond, in het weekend of tijdens een feestdag? Bel het 06-spoednummer dat je van de medewerkers van het KDCN kreeg.