Menu

Behandeling met een insulinepomp

Kind met insulinepompje | KDCN

Door de diabetes maakt jouw lichaam te weinig insuline aan. Daarom moet je extra insuline krijgen. Dat kan met een insulinepomp. Dit is een apparaat dat je altijd bij je draagt. Het geeft je insuline via een slangetje onder de huid. Sommige insulinepompen kun je combineren met een sensor.

Hoe werkt een insulinepomp?

Een insulinepomp geeft telkens kleine beetjes direct werkende insuline aan je lichaam. Dit noemen we basale insuline of microbolussen. Met een pomp hoef je geen langwerkende insuline meer te spuiten. Tussendoor kun je via de pomp extra insuline geven, bijvoorbeeld voordat je gaat eten of als je bloedsuiker te hoog is. Dit noemen we een bolus. Hoeveel extra insuline je moet geven, rekent de pomp via een rekenprogramma voor je uit. Je geeft dan zelf aan hoeveel je gaat eten en wat je bloedsuikerwaarde is. Je kunt ook zelf de hoeveelheid insuline aanpassen, bijvoorbeeld wanneer je gaat sporten of omdat je ziek bent. Als je een insulinepomp hebt, meet je elke dag ongeveer 4 tot 6 keer jouw glucosewaarde. Je kijkt dan of het nodig is om extra insuline te geven.

De verschillen tussen insuline spuiten en pomptherapie

  • Met een insulinepomp kun je nauwkeuriger insuline toedienen dan wanneer je spuit. Je kunt kleinere beetjes insuline geven met een pomp.
  • Met een insulinepomp gebruik je een canule. Hierdoor hoef je minder vaak in je huid te prikken dan wanneer je spuit. Vind je spuiten vervelend of moeilijk? Overleg dan met je diabetesverpleegkundige: ook als je insuline spuit kun je een canule gebruiken.
  • Een insulinepomp moet je altijd bij je dragen. Andere mensen kunnen jouw pomp soms zien.
  • Met een insulinepomp moet je altijd in de gaten houden of de pomp en het slangetje goed werken. Anders kun je ziek worden, omdat je misschien te weinig insuline krijgt via de pomp.
  • Met een insulinepomp moet je bolussen voor alles wat je eet. Als je insuline spuit, moet je de insulinepen klaarmaken en insuline spuiten voor elke maaltijd.

Samen met jouw diabetesverpleegkundige kijk je welke methode geschikt is voor jou.

Meer informatie

Wil je meer weten over behandeling met een insulinepomp? Jouw kinderdiabetesverpleegkundige kan je er alles over vertellen.

Behandeling met een insulinepomp | KDCN