header
Home > Behandeling > Insuline toedienen

Insuline toedienen

Bij mensen zonder diabetes schommelt de bloedglucose in de loop van de dag. Insuline zorgt ervoor dat pieken in het bloedglucosegehalte - bijvoorbeeld na een maaltijd - omlaag worden gebracht. Dit natuurlijke verloop wordt bij mensen met diabetes zo goed mogelijk nagebootst. Het is niet mogelijk dit zo nauwkeurig te doen als het lichaam zelf.

Er bestaan verschillende soorten insuline:

  • Directwerkende insuline. Na de injectie begint deze insuline direct te werken. Deze insuline wordt meestal gebruikt bij de behandeling van diabetes mellitus met een insulinepomp.
  • Snelwerkende insuline. De werking begint 20 tot 30 minuten na de injectie.
  • Langwerkende insuline. Na toediening begint de insuline na ongeveer 4 uur te werken. De werkingsduur is ongeveer 28 uur.

 

 

Omdat je lichaam geen insuline meer maakt, is het belangrijk dat je op een andere manier insuline krijgt. Dit kan niet met een drankje of een tabletje. Je maag maakt namelijk maagsappen die de insuline 'kapot' maken. Daarom moet je insuline inspuiten. Er zijn verschillende mogelijkheden.

Meerdere keren per dag insuline inspuiten

De meeste mensen dienen insuline toe via een insulinepen. Deze pen is speciaal ontwikkeld om de stof gemakkelijk toe te dienen. Er bestaan verschillende soorten pennen. Samen met de diabetesverpleegkundige bekijk je  welke pen het meest voor jou geschikt is, welke pen en naald je het prettigst vindt en je leert hoe je moet spuiten. Bepaalde gebieden van je buik, billen en/of bovenbenen zijn minder pijnlijk dan andere plaatsen. De zenuwuiteinden lijken op kleine takjes van een boom. Wanneer je een zenuw raakt, voel je meer pijn dan wanneer je tussen twee zenuwvezels spuit.
De kinderarts besluit welke insuline jij moet hebben en hoe vaak je dan moet spuiten.

Insuflon: een blijvend slangetje

Sommige kinderen hebben moeite met meerdere keren per dag insuline spuiten of hebben 'spuitplaatsen'. In die gevallen stelt de kinderarts of kinderdiabetesverpleegkundige voor om een insuflon te plaatsen. Dit is een dun slangetje (katheter) dat onder de huid ligt. Als je insuline toedient, prik je door een apart stukje aan het einde van het slangetje in plaats van iedere keer door de huid te prikken.

Insulinepomp

Er zijn kinderen met diabetes die geen goede instelling van de diabetes bereiken. Zelfs niet als ze meerdere keren insuline toedienen. Dan kan een insulinepomp een uitkomst zijn. Dat verbetert bovendien de kwaliteit van leven. De insulinepomp levert een constante basisdosis insuline voor 24 uur per dag. Er kan een verschil in basisdosis ingesteld worden tijdens de dag en de nacht. Extra insuline bij de maaltijden wordt geregeld door een knop van de insulinepomp in te drukken. De insuline in de pomp wordt via een dun slangetje (katheter) in het onderhuidse vetweefsel ingebracht. In overleg met de kinderarts en de kinderdiabetesverpleegkundige wordt er samen met jou en je ouders gekeken of je geschikt bent voor behandeling met de insulinepomp. Motivatie is belangrijk.